Toekomst voor klassieke schouwburgen en operagebouwen

Grote Europese steden beschikken over prachtige klassieke schouwburgen en operagebouwen. Destijds waren ze dé expressie van ruimtelijke en technologische vooruitgang. Nu meestal energieverslindende en onlogisch ingedeelde gebouwen waarbij de theatertechnische infrastructuur vaak belemmerd wordt door het monument-zijn.

Het is een actueel thema: In Nederland is de Stadsschouwburg in Amsterdam recent verbouwd, in Budapest wordt thans de Staatsopera gerenoveerd en in Antwerpen staat de Bourlaschouwburg aan de vooravond van grootschalige renovatieplannen. Er zijn twee kernredenen om aanpassingen te doen in theaters:  één, om te kunnen voldoen aan de wensen van de hedendaagse bezoekers, en twee, het mogelijk maken om up-to-date te blijven bij technologische en ruimtelijke ontwikkelingen die theatervoorstellingen ondersteunen. De beperkingen bij aanpassing en/of uitbreiding zijn drieledig:

Ruimtelijk van aard: De paleizen van destijds kampen allemaal met ruimtetekort. De zalen zijn veelal ooit uitgebreid, ten koste van foyers en verkeersruimte. Verbouwing na verbouwing vond plaats, steeds om een op dat moment acuut probleem aan te pakken. Te weinig toiletten bijvoorbeeld, of een grotere garderobe, een keuken bij de foyer. Er was zelden genoeg ruimte voor opslag en extra vluchtwegen werden geëist vanwege vernieuwde regelgeving. En alle theaters hebben op een of andere manier een personenlift in moeten passen.

Theatertechnisch: De gebouwen moeten van oude theatermachinerie naar moderne theatertechnische infrastructuur. Er zijn altijd te weinig decortrekken, met onvoldoende lengte en onvoldoende hijshoogte. Er is geen beweegbaar voortoneel en er is verouderde belichtings- en AV techniek. En backstage is inmiddels erkend als werkplek. Maar de paleizen van weleer sloten daglicht op het toneel juist uit, werkveiligheid had een hele andere betekenis, en zelden ontving men bezoekende gezelschappen. Er is nauwelijks decoropslag en laadlosfaciliteiten zijn veel te beperkt of gewoon buiten.

Stedenbouwkundig: Opera’s en schouwburgen verrezen aan de rand van de toen nog vaak compacte steden, in plaats van onnodig geworden verdedigingswerken, of, als de stad die al voorbij gegroeid was, op geregisseerde, strategische plekken in het kader van de stadsvernieuwing. Toen gebouwd aan de rand van de stad, inmiddels midden in de stad, waar uitbreiding niet of nauwelijks mogelijk is.

Hoe maak je, zo’n 150 jaar na de eerste opening van deze historische paleizen met hun beperkingen een hedendaags theater?

In de ontwerpen voor de Bourlaschouwburg Antwerpen en de Stadsschouwburg Amsterdam tonen wij hoe huidige maatschappelijke fenomenen een kans krijgen, met technologische en ruimtelijke ontwikkelingen die theatervoorstellingen optimaal kunnen ondersteunen. Het artikel kunt u opvragen door een email te sturen naar info@tenbraswestinga.nl.

AUTEURS
Louis Janssen (Theateradvies bv) en Roel ten Bras (TenBrasWestinga architectuur) delen niet alleen hun passie voor de schoonheid van deze gebouwen, maar vooral het gebruik ervan. Zij ontmoeten elkaar op het snijvlak van de belevenis van bezoekers, gebruikers en acteurs, en de logische techniek en logistiek die dat mogelijk maakt.